Donaties zijn welkom op
NL76 TRIO 0197 7725 52
tnv Stichting Luchttunnel, Haarlem

Het Parool 22-11-2012

Het ingekorte artikel dat in het Parool van 22-11-2012 stond

Wéér is er veel te doen over de pontverbindingen met Amsterdam-Noord: te vol, te onveilig en te weinig frequent. In dit artikel zal ik proberen duidelijk te maken wat dit met de Olympische Spelen en het WK voetbal in Amsterdam te maken heeft.

Zelf heb ik heel veel pontervaringen. Wonend in Noord werkte ik in West en toen ik in Noord werkte, woonde ik in het Centrum! Twee of vier keer per dag op de pont, maar zes keer kwam ook regelmatig voor.

Het ergste was de keer, dat een overvliegende reiger zich ontlastte over ons, de dicht opeenstaande fietsers op de voorplecht. Dat was echt héél erg: veel en stinken! (en ik heb nooit tegelijkertijd zóveel Amsterdammers zo luid en creatief horen vloeken). Andere ergernissen als het omhoog zien gaan van de klep als je er net aankwam, of het dwars gaan liggen om een snelvarend binnenschip de ruimte te geven, als je juist gehaast was, vallen daarbij in het niet. Wél was het daar aan de oever staan wachten in regen en wind de reden, dat ik aan een betere, heel andere oplossing begon te denken. Een brug waarover je altijd droog en uit de wind snel naar de overkant zou kunnen komen.

Na veel overleg, reken- en tekenwerk en raadplegen van en hulp vragen aan mensen die er écht verstand van hadden, zoals industriële vormgever Horst Grütering, landschapsarchitect Mathieu Dercks en ingenieur civiele techniek Henk de Jong van de T.U. Delft, die al acht spoorbruggen in Nederland ontworpen had én met behulp van zijn supersnelle computer, werd het idee van de LUCHTTUNNEL verder uitgewerkt. Het moest een adembenemend mooie, haast door de lucht zwevende, doorzichtige en flink hoge buisvormige tuibrug worden. De haastige voetganger gaat er gratis en zeer snel over het rollend trottoir doorheen . De fietser staat daar ook op met het voorwiel van zijn fiets in een gleuf, waar het, aan de overkant gekomen, weer uitgedrukt wordt en hij weer verder kan fietsen. Ook de rolstoeler kan er op, als die dit vervoermiddel maar wel even op de rem zet. Genietend van het mooie uitzicht, ‘s zomers koel en ’s winters behaaglijk, ’s avonds en ’s nachts helder verlicht, zoeft men naar de overkant zonder benauwd gevoel, want de doorsnede van de buis is zo’n twintig meter en zo ontworpen, dat hoe harder het waait, hoe steviger de brug komt te hangen. Op het ‘bovendek’, waar de onthaastte wandelaar en de toeristen een vrij prijzig kaartje voor moeten kopen (net zoals bij het Atomium of de Eiffeltoren) kan je op een terrasje zitten, in een restaurant iets lekkers eten, een tentoonstelling bekijken of souvenirtjes kopen, foto’s maken, maar vooral ook van het uitzicht over de stad genieten of het wonderlijk gevoel in je buik ervaren als er zo’n enorm cruiseschip onder je door komt glijden.

Er was groot enthousiasme indertijd! Niet in de laatste plaats was de V.V.V. (nu Amsterdam Tourist Board) er erg blij mee. Ze zagen een wens naar meer toeristische trekpleisters voor de stad in vervulling gaan. Als je weet dat er jaarlijks tien miljoen toeristen naar de Golden Gatebridge komen kijken. . . . Ze roepen al jaren dat het Anne Frankhuis, de Nachtwacht, het Van Gogh, de rondvaarten, Schiphol en Artis niet genoeg zijn, (omdat dit een keurig artikel moet blijven, zal ik de opsomming niet langer maken!) vergeleken met steden ‘in de buurt ’als Parijs, Londen en Brussel. Het wijkcentrum d’Oude Stadt, gaf subsidie voor een logo en briefpapier aan de inmiddels opgerichte Stichting Luchttunnel, die onze brug zou helpen promoten. 84 % van de inwoners van Noord (met een telefoon) vond onze brug een heel goed idee. Groen Links wilde opeens drie bruggen naar Noord. Een klein model van de Luchttunnel mocht een tijdje op de grote maquette van de IJ-oeverplannen in de Zuiderkerk staan opgesteld. De kamer van koophandel was blij met de tientallen nieuwe banen die de Luchttunnel genereert; van technisch onderhoud-mensen tot schoonmakers, van kaartjesverkopers en gidsen tot hostesses, van beveiligers tot koks en kelners. De havenmeester die verzuchtte: “Hé, eindelijk eens een ontwerp, waar de scheepvaart géén hinder van ondervindt”. In een boekje over de plannen die bedacht waren voor de ‘invulling’ -de bebouwing- van de kop van het Java-eiland in het oostelijk havengebied, kreeg ons ontwerp een vermelding. Het leukste was echter, dat een ons onbekende meneer G. de Wit ook een goed woordje deed voor de Luchttunnel. Wij stonden er dus twee keer in!

Ondanks dat het ‘zinkend schip’ van het NINT er toen al was, vonden sommige mensen ons ontwerp wel érg modern en niet goed passen bij de rest van de toenmalige bebouwing langs de IJ-oevers. Nu kan dat geen argument meer zijn met gebouwen als het nieuwe Eye filmmuseum, het Muziekgebouw en de Passengers Terminal. In een mooi boekje: ‘Een Luchttunnel voor Amsterdam, brug naar de toekomst’ schrijft vervoerseconoom H. A. van Gent verbonden aan de V.U. in Amsterdam, dat er een congrescentrum of een groot theater aan de Noordkant van het IJ zou moeten komen, om te maken, dat er meer toeristen en andere wandelaar-gebruikers door de Luchttunnel zullen gaan, zodat de kans op een financieel succes van de brug groter wordt. Welnu, er is het Eye-museum gekomen en er komt een hotel in het Shell Overhoeks-gebouw.

Enthousiaste besprekingen in landelijke dagbladen, plaatselijke bladen en zelfs in buurtkrantjes en de daklozenkrant! Vrij Nederland wijdde er een groot, fraai geïllustreerd artikel aan en er verschenen in Cobouw en Delta (van de TU Delft) zulke mooie stukken, dat we zelfs ‘fanmail’-artikelen uit Italië en Japan kregen toegestuurd.